Een franchiseovereenkomst wordt vaak aangegaan met het oog op een langdurige samenwerking. Doorheen de jaren investeert de franchisenemer niet alleen financieel in zijn onderneming, maar ook in de uitbouw van een lokaal klantenbestand, de reputatie van de vestiging en de commerciële resultaten. Wanneer de samenwerking eindigt, rijst dan ook regelmatig de vraag: heeft de franchisenemer recht op een vergoeding voor de opgebouwde goodwill?
Het antwoord is in België minder vanzelfsprekend dan men vaak denkt.
Wat is goodwill?
Goodwill is de economische meerwaarde van een onderneming die niet rechtstreeks uit de boekhouding blijkt. Zij bestaat onder meer uit:
- een trouw klantenbestand;
- een sterke lokale reputatie;
- commerciële knowhow;
- een gunstige marktpositie;
- de winstcapaciteit van de onderneming.
Binnen een franchisecontext ontstaat de goodwill vaak door een combinatie van twee factoren. Enerzijds is er de aantrekkingskracht van de franchiseformule zelf: de merknaam, het concept, de marketing en de knowhow van de franchisegever. Anderzijds levert ook de franchisenemer een wezenlijke bijdrage door zijn ondernemerschap, zijn lokale investeringen en de uitbouw van klantenrelaties.
Net die dubbele oorsprong maakt de discussie over goodwill bijzonder complex.
Geen wettelijke goodwillvergoeding in België
In tegenstelling tot de handelsagentuur of de exclusieve verkoop concessie van onbepaalde duur kent het Belgische recht geen wettelijke regeling die een goodwillvergoeding oplegt bij de beëindiging van een franchiseovereenkomst.
De Belgische franchisewetgeving beperkt zich hoofdzakelijk tot de precontractuele informatieverplichtingen, opgenomen in Boek X van het Wetboek van Economisch Recht. De wet verplicht de franchisegever onder meer om vóór het sluiten van de overeenkomst uitgebreide informatie te verstrekken zodat de kandidaat-franchisenemer een geïnformeerde beslissing kan nemen. Over de financiële afwikkeling bij het einde van de samenwerking, en meer bepaald over goodwill, bevat de wet echter geen specifieke bepalingen.
Bijgevolg geldt in België in de eerste plaats de contractsvrijheid. Of een goodwillvergoeding verschuldigd is, hangt dus af van wat partijen in hun franchiseovereenkomst hebben afgesproken. Ontbreekt een contractuele regeling, dan zal een franchisenemer slechts uitzonderlijk een vergoeding kunnen afdwingen op grond van het gemeen contractenrecht.
Waarom verdient goodwill toch aandacht?
Hoewel het Belgische recht geen wettelijke goodwillvergoeding kent, betekent dit niet dat goodwill zonder belang is.
In de praktijk investeert een franchisenemer vaak gedurende vele jaren aanzienlijke middelen in de ontwikkeling van zijn vestiging. Wanneer de franchisegever na het einde van de overeenkomst dezelfde locatie verder uitbaat of onmiddellijk een nieuwe franchisenemer aanstelt die profiteert van het opgebouwde cliënteel, rijst de vraag of het redelijk is dat de volledige ondernemingswaarde zonder enige compensatie naar de franchisegever vloeit.
Steeds vaker wordt daarom gepleit voor een evenwichtige contractuele regeling waarbij wordt onderzocht in welke mate de goodwill werkelijk door de franchisenemer werd opgebouwd en in welke mate zij voortvloeit uit de franchiseformule zelf.
Europese tendensen richting een billijke vergoeding
Op Europees niveau is een duidelijke evolutie merkbaar naar meer bescherming van de franchisenemer bij het einde van de samenwerking.
Een belangrijke referentie vormt de Europese Deontologische Erecode inzake Franchising (European Code of Ethics for Franchising), opgesteld door de European Franchise Federation. Hoewel deze Erecode geen wet is, wordt zij in verschillende lidstaten beschouwd als een belangrijke gedragsnorm binnen de sector. Hoewel de Europese Deontologische Erecode inzake Franchising geen expliciet recht op een goodwillvergoeding erkent, benadrukt zij dat de franchiserelatie gedurende de volledige samenwerking (ook in de postcontractuele fase) moet worden beheerst door de beginselen van goede trouw, loyaliteit, billijkheid en transparantie.
Ook de Belgische Franchise Federatie benadrukt in haar richtlijnen het belang van een evenwichtige contractuele relatie tussen franchisegever en franchisenemer, waarbij aandacht bestaat voor een correcte regeling van onder meer de overdracht van een franchiseonderneming en de beëindiging van de samenwerking. Deze richtlijnen zijn niet bindend, maar illustreren wel de evolutie naar meer transparantie en evenwicht binnen franchiserelaties.
Daarnaast valt op dat sommige Europese landen inmiddels verder gaan dan België. Zo verplicht de Nederlandse Wet Franchise sinds 2021 dat franchiseovereenkomsten een regeling bevatten over de wijze waarop goodwill wordt vastgesteld. Hoewel deze regeling geen toepassing vindt in België, illustreert zij een bredere Europese tendens waarbij de economische bijdrage van de franchisenemer steeds meer juridische erkenning krijgt.
Contractueel maatwerk blijft essentieel
Omdat de Belgische wet geen automatische goodwillvergoeding voorziet, is een duidelijke contractuele regeling essentieel.
Een goed uitgewerkte franchiseovereenkomst kan onder meer bepalen:
- hoe goodwill zal worden vastgesteld;
- of een onafhankelijke deskundige de goodwill zal waarderen;
- in welke gevallen een vergoeding verschuldigd is;
- op welke wijze die vergoeding wordt berekend.
Een dergelijke regeling voorkomt discussies bij het einde van de samenwerking en creëert rechtszekerheid voor beide partijen.
Besluit
De Belgische wet kent vandaag geen wettelijk recht op een goodwillvergoeding bij het einde van een franchiseovereenkomst. Dat betekent echter niet dat goodwill juridisch onbelangrijk is. Integendeel: de economische realiteit, de Europese Deontologische Erecode, de richtlijnen van de Belgische Franchise Federatie en buitenlandse wetgevende ontwikkelingen tonen aan dat de aandacht voor een billijke verdeling van de opgebouwde ondernemingswaarde steeds groter wordt.
Voor zowel franchisegevers als franchisenemers is het daarom aangewezen reeds bij het sluiten van de overeenkomst duidelijke afspraken te maken over de bestemming en eventuele vergoeding van goodwill. Een doordachte contractuele regeling voorkomt niet alleen geschillen, maar draagt ook bij tot een duurzame en evenwichtige franchiserelatie.